Nieuws

Agenda

  • It’s the food, my friend! - deel 6
    09-05-2014
  • Sustainable Foods Summit
    05-06-2014 tot 06-06-2014
  • Save the date: Bionext netwerk- en inspiratiemiddag
    07-10-2014

Bijen

In Nederland leven naast de bekende honingbijen nog ongeveer 350 andere soorten 'wilde' bijen. Wereldwijd zijn er naar schatting wel 20.000 bijensoorten. Ook hommels horen tot de bijenfamilie.
Bijen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de bestuiving van wilde planten maar ook voor de bestuiving van belangrijke voedselgewassen. Voorbeelden van gewassen die afhankelijk zijn van insectenbestuivers zijn fruit, bonen zoals soja, olie- gewassen zoals zonnebloemen en koolzaad, noten, tal van groenten, koffie en chocola. Bijen zijn dus van groot belang voor het behoud van de biodiversiteit én voor onze voedselvoorziening.

Het gaat niet goed met de bijen in Nederland, niet met de wilde bijen en ook niet met de honingbijen. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is het leefgebied voor bijen, gebieden met veel nectarrijke bloemen en voldoende nestplaatsen, de afgelopen decennia sterk afgenomen. Daarnaast is recent een nieuw type bestrijdingsmiddelen op de markt gekomen (de zogenaamde neonicotinoïden) dat heel giftig is voor bijen.

Honingbijen hebben bovendien de laatste jaren te lijden onder de zogenaamde bijen verdwijnziekte die in verband wordt gebracht met besmetting door de varraomijt. Deze parasiet is moeilijk te bestrijden.

Het is normaal dat elk jaar een deel van de bijenvolken sterft (ongeveer 8%) maar de laatste jaren is die sterfte alarmerend hoog. De wintersterfte 2009-2010 bedroeg circa 27%. Nederland heeft daarmee de hoogste bijensterfte van Europa.

Om aandacht te vragen voor het lot van de bij is 2012 uitgeroepen tot het Jaar van de bij. Bionext organiseert in dit speciale jaar samen met Nature en More en de Bijenstichting de campagne “Bijen houden van biologisch”. Er worden bijna 200.000 zakjes biologisch bloemenzaad van de Bolster verspreid om Nederland bij-vriendelijker te maken. Op www.jaarvandebij.nl kunt u meer lezen over de activiteiten die in 2012 georganiseerd worden.


Foto: Tradin Vietnam

Op de volgende manieren kunt u als ondernemer de bijen een handje helpen.

Houden van honingbijen
Het houden van honingbijen (de imkerij) is een oud ambacht. Vroeger waren er tienduizenden imkers in Nederland en bezat bijna elke landbouwer enkele bijenvolken. Tegenwoordig bestaat er nog een kleine groep beroepsimkers. Zij leveren tegen betaling bijenvolken aan tuinders, zodat de bijen het gewas kunnen bevruchten (bijvoorbeeld in fruitboomgaarden). Het grootste aantal bijenvolken in Nederland is tegenwoordig echter in bezit van hobby-imkers. Zij houden naast hun beroep of pensioen enkele bijenvolken. Vaak op een vaste plaats bij huis of in een gezamenlijke bijenstal van een bijen/imkervereniging.

Indien u zelf interesse heeft om hobby imker te worden kunt u het beste contact op nemen met een van de imkerverenigingen. Zij kunnen u vertellen wat er allemaal bij komt kijken en bieden cursussen aan voor beginnende bijenhouders.


Er zijn vier imkerverenigingen in Nederland:

• De BD-imkervereniging; deze vereniging stimuleert de biologisch-dynamische methode van bijen houden. Zie bdimkers.nl
• De Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV); de grootste vereniging met afdelingen door heel Nederland. Zie bijenhouders.nl
• De Algemene Nederlandse Imkervereniging (ANI); deze vereniging heeft vooral leden en afdelingen in het midden van Nederland. Zie anibijen.nl
• Imkersbond ABTB; deze vereniging heeft leden verspreid over heel Nederland, maar de meeste afdelingen zijn te vinden in Limburg. Zie imkersbondabtb.nl

Nestplaatsen voor wilde bijen (en wespen)

De meeste wilde bijen nestelen van nature in de grond. Anderen nestelen in afgestorven stengels en takken, of in gaten en holtes in dood hout en muren. Op de volgende manieren kunt u nestgelegenheden creëren:

- Laat een overhoekje verruigen met kruidige vegetatie of struiken zoals braam of vlier.
- Laat dode bomen zolang mogelijk staan, laat dood hout liggen of maak een stapel van gesnoeide takken.
- Gebruik niet geïmpregneerde afrasteringpalen. Als palen oud zijn en vervangen moeten worden, plaats dan een nieuwe paal naast de oude en laat de oude paal staan als een waardevolle nestplaats.
- Indien uw bedrijf op een zandige ondergrond staat kunt u soorten zandbijen helpen door op een zonnige plaats een open plek te maken (en open te houden) waar de bijen hun nestholtes kunnen graven.
- Hang een bijenhotel op of maak een bijenwand.

Een bijenhotel is een stronk van bijvoorbeeld een eik waar een tiental gaatjes van verschillende diameter in zijn geboord. U kunt ze kant-en-klaar kopen of zelf maken. Boor de gaten iets schuin omhoog zodat er geen water in kan lopen. Zorg dat de achterkant van de gaten dicht blijft en schuur eventuele splinters bij de ingang weg.
Hang het bijenhotel voor 1 april op een zonnige en droge plek. Bijvoorbeeld tegen een zuid muur van de boerderij onder de dakgoot. U kunt het hotel ook in een boom hangen en afdekken met een stukje dakleer.
Indien u in een gevarieerd landschap woont, komen er in het bijenhotel allerlei soorten wonen zoals wolbijen, metselbijen, goudwespen, graafwespen en spinnendoders. Dit zijn allemaal soorten die niet kunnen steken!
Een bijenwand is een groot bijenhotel en bestaat behalve uit stronken droog hout bijvoorbeeld uit bundels holle (riet of bamboe) stengels en diverse soorten (bak-)stenen met gaten erin. Let er op dat de gaten aan één kant dicht zijn en dat de bijenwand afgedekt is tegen de regen.

 


Meer informatie: bijenhotels.nl of download deze Bouwtekening (PDF-bestand).

Voedsel voor bijen
Voor hun stuifmeel en nectarvoorziening hebben bijen drachtplanten nodig. Er zijn wel honderden soorten drachtplanten. Sommige bijensoorten zijn afhankelijk van specifieke drachtplanten. Er zijn ook drachtplanten die voor de meeste bijen belangrijk zijn. Bijen hebben niet alleen baat bij een grote diversiteit aan drachtplanten maar ook bij een lange bloeiperiode. De vliegperiode begint al in maart, dus vroege bloeiers zoals bolgewassen**, wilg en sleedoorn zijn dan welkom. Als bijen laat in het jaar nog voldoende voedsel kunnen vinden, is de kans groter dat ze de winter goed doorkomen. Voorbeelden van laatbloeiende drachtplanten zijn klimop, teunisbloem, zwarte toorts, zonnebloem, koolzaad, en phacelia.

**Gebruik biologisch geteelde bloembollen, dan weet u zeker dat er geen neonicotinen zijn gebruikt in de teelt. Neonicotinen zijn giftig voor bijen.

Zo kunt u voor meer bijenvoedsel zorgen:

- Zaai in het voorjaar een mengsel van eenjarige drachtplanten in op een stuk open grond dat niet in productie is of in akkerranden. Bijvoorbeeld een mengsel van boekweit, borage (komkommerkruid), dille, klaproos, korenbloem, mosterd en teunisbloem. U kunt ook kant-en-klare mengsels kopen (zie hieronder).
- Maai een strook van uw grasland later zodat de aanwezige klaver in bloei kan komen.
- Zaai groenbemesters in zoals boekweit, mosterd of phacelia.
- Zaai een rij zonnebloemen langs uw erf of langs een akker
- Plant een Hollandse lindeboom op uw erf. Lindebomen trekken veel bijen en stellen weinig eisen aan hun standplaats. Alleen zware klei en heel natte grond zijn niet geschikt.

Zaadmengsels:
biodivers.nl
debolderik.net
bolster.nl
morgenster-zaden.nl/bloemenmengsels.htm
medigran.nl
vandijkezaden.nl
hofmanap.nl

Biologisch geteelde bolgewassen:
biobol.nl
naturalbulbs.nl

Drachtplanten voor bijen:
drachtplanten.nl