Nieuws

Percy Schmeiser, Den Bosch, 23 juni 2009: "Jullie kunnen nog kiezen."

Nog geen week geleden sprak Percy Schmeiser in Duitsland voor 2500 man publiek. Gisteren was hij in Nederland, in Den Bosch: een collegezaaltje met zo’n 45 aanwezigen. Schmeiser reist de wereld rond om te waarschuwen voor de introductie van gentech in de landbouw. In 2007 kreeg hij samen met zijn vrouw Louise de Right Livelihood Award, de “Nobelprijs” voor duurzaamheid. Zijn boodschap was luid en duidelijk: “Jullie kunnen nog de keus maken. Co-existentie is in Canada volstrekt onmogelijk gebleken. Wij waren niet gewaarschuwd. Jullie nu wel.” Dit is het verhaal dat Percy Schmeiser (79) gisteren hield:

“De ouders van mijn vrouw komen uit Boedapest en Luxemburg. Mijn eigen voorouders komen uit Wenen, Zwitserland en Duitsland. Zij vestigden zich in het westen van Canada, in Saskatchewan. Daar ben ik blij mee, want het is goede landbouwgrond die je voor veel gewassen kunt gebruiken. Wij waren al 50 jaar boer voordat de hele geschiedenis met Monsanto plaatsvond. We verbouwden koolzaad en we waren een bekende koolzaadveredelaar in mijn streek. Na 50 jaar hadden we de belangrijkste koolzaadproblemen overwonnen. Ik was ook actief in de locale overheid, op het gebied van landbouw. Alles wat ik in mijn leven tot mijn leven had gedaan, was gelieerd aan het boerenbestaan.”
“In Canada kwam de gentech in 1996. Er werden 4 gentechgewassen geïntroduceerd: maïs, katoen, soja en koolzaad. Monsanto beloofde de boeren meer opbrengst, minder chemicaliën, meer voedingswaarde. Bijna alle boeren gingen overstag, vooral vanwege het argument minder chemicaliën. Dat is wat ze graag wilden. Minder spuiten. We kregen ook te horen: we zullen nu altijd duurzame landbouw hebben.”

De patentrecht zaak
“Twee jaar na de introductie, in 1998, bleek er GMO koolzaad op ons land te staan. Monsanto klaagde ons aan, omdat wij inbreuk op het patent zouden hebben gepleegd. Wij hadden echter nooit zaad van Monsanto gekocht of contact met ze gehad. Wij schrokken: we zeiden tegen Monsanto: we zijn al vijftig jaar bezig met veredelen van zaad, en als jullie ons land hebben besmet, zijn jullie aansprakelijk. De zaak ging naar het federale hof van Canada. Daar zat niemand in de jury of op de rechterstoel die verstand had van landbouw. De rechter besliste toen iets dat wereldnieuws werd. De rechter zei: het maakt niet uit hoe je land is besmet: of het nu kruisbestuiving is, of wind, of dieren, of insecten. Als het koolzaad het gepatenteerde gen bevat, heeft Monsanto er rechten op. Je bent dus geen eigenaar meer van je zaad, maar Monsanto wordt eigenaar. Het ergste was dat al mijn zaden, 50 jaar onderzoek, ook ineens bezit van Monsanto waren geworden. De rechter stelde verder dat het gehalte van vervuiling geen verschil maakte. Als er een beetje GMO inzit, ben je geen eigenaar meer van je zaad. Dit alles was onacceptabel voor ons.”
“Drie jaar later hadden we 300.000 dollar uitgegeven aan de zaak. We gingen in hoger beroep. En daar bevestigde de rechter weliswaar niet alle punten, maar het eindoordeel werd overgenomen. De enige weg die nog voor ons open was, was het Hooggerechtshof. We waren ontzettend blij dat die de zaak aannam. Het ging daar om patentrecht, de rechten van boeren om hun eigen zaad te vermeerderen en om de vraag: “Wie is eigenaar van het leven?” “Who owns life”? Voordat de zaak voorkwam bij het Hooggerechtshof, begon Monsanto twee nieuwe rechtszaken tegen ons. Ze eisten een miljoen dollar, omdat we koppig waren, omdat we niet meewerkten, etc. Toen ze erachter kwamen dat we een hypotheek op ons huis en grond hadden om de rechtszaak te bekostigen, probeerden ze het huis af te pakken. Het Hooggerechtshof besliste uiteindelijk dat we niks hoefden te betalen. Elke partij moest zijn eigen juridische kosten dragen. Voor Monsanto was dat 2 miljoen, makkelijk op te brengen. De zaak was een testcase voor ze geweest, om te kijken hoever ze konden gaan. Wij waren opgekomen voor de rechten van boeren rond de wereld, en dat kostte ons een half miljoen.”
“De conclusie was: het patent van Monsanto op haar gen is geldig. En alles waar dat gen in gaat zitten, is vervolgens van Monsanto. Dat heeft de rechter in Canada besloten. Monsanto dacht op dat moment dat ze een overwinning hadden behaald. Maar nu krijgen ze de terugslag: want als je een gen in een omgeving plaatst waar je het niet kan controleren, ben je ook aansprakelijk voor de schade die het gen aanricht. Wij stopten op ons bedrijf met koolzaad, omdat het niet meer gentechvrij te telen was. Maar na een jaar of twee stond het weer op ons veld: GMO-koolzaad. Wij zeiden tegen Monsanto: dit is jullie koolzaad, we willen dat jullie elk plantje van onze 1500 hectare verwijderen. En dat beloofden ze te doen! Maar 2 dagen van tevoren stuurden ze ons een contract. Mijn vrouw is nooit boos, maar als ik haar ooit boos heb gezien, was het toen. In het contract stond dat we Monsanto de rest van ons leven nooit meer voor de rechter mochten dagen, wat voor besmetting er ook zou plaatsvinden. En we mochten nooit meer tegen de pers praten over de zaak.”
“We weigerden. Dus besloot Monsanto niet op te ruimen. We lieten de planten zelf opruimen, en stuurden de rekening – 640 dollar – naar Monsanto. Die weigerden ze te betalen, dus gingen wij naar de rechtbank. We sleepten dit miljoenenbedrijf voor de rechter. En ze werden gedwongen om een schikking met ons te treffen. Ze hebben de rekening betaald, zonder dat wij het contract hadden getekend, en zonder zwijgplicht. Dat was een belangrijke overwinning. Het betekent dat Monsano ook aansprakelijk is voor de schade die het aanricht.”

De gevolgen van de introductie van gentech in Canada
“Ik zal de gevolgen van het toelaten van gentech in Canada uitleggen. Co-existentie bestaat niet. In Canada is nu nergens meer onbesmet sojazaad of koolzaad te krijgen. Het is er niet meer. Hier zeggen ze dat boeren de keus hebben tussen gmo of niet. Dat is niet zo. Canada is een enorm land, met grote bedrijven en veel ruimte ertussen. Toch is in tien jaar tijd alles vervuild. Hier in Europa zitten jullie veel dichter op elkaar.”
“Je krijgt een enorme stijging van het chemicaliënverbruik. Dat is het gevolg van het optreden van superweeds: er ontstaan resistente onkruiden. Om die te verwijderen heb je veel zwaardere chemicaliën nodig dan je ooit nodig had. Dit gebeurt vooral bij koolzaad.”
“Als je GMO bij een gewas introduceert, zoals koolzaad, krijg je niet alleen besmetting van koolzaad, maar van alle planten in die plantenfamilie. Koolzaad is brassica: in die familie zit ook bloemkool, broccoli, radijs, etc.: al die gewassen worden besmet met GMO.”
“Toen Monsanto later nieuwe gmo-gewassen wilde introduceren, is dat tegengehouden, omdat de gevolgen inmiddels duidelijk waren. Hadden we het maar in 1996 tegengehouden. Wij hadden niemand die ons vertelde wat de gevolgen zouden zijn. Jullie kunnen het nu nog stoppen in Europa. Er geen weg terug.”
“Canada was een van de grootste koolzaadproducenten ter wereld. We kunnen nu ons koolzaad wereldwijd niet meer verkopen. Mexico en de VS zijn nu onze enige afnemers. Nu is het idee om ons goede akkerland te gaan gebruiken voor de productie van biodiesel. Terwijl het goed land is, dat je kunt gebruiken voor voedsel.”
“We verliezen als gevolg van dit alles 300 miljoen dollar per jaar. Een ander voorbeeldje: ook de honingindustrie is geruïneerd. Wij exporteerden veel honing. Maar een bij weet niet wat gmo is of niet. We kunnen onze honing niet meer goed aan Europa verkopen.”
“Ik laat u een contract van Monsanto zien dat je moest tekenen als je GMO-zaad van ze kocht. Ik lees voor: ‘Een boer mag zijn zaden alleen bij Monsanto kopen. Hij mag zijn chemicaliën alleen bij Monsanto kopen. Hij moet 40 dollar licentiekosten per hectare betalen. Als hij de regels overtreedt, mag Monsanto de oogst verbranden. En de boeren mogen er dan nooit meer over praten. Je moet Monsanto’s genenpolitie op je land toestaan. En als er iets misgaat met je oogst, doe je afstand van het recht om Monsanto voor de rechter te slepen.’ U vraagt zich misschien af waarom boeren dit contract tekenden. Wel, de meeste boeren hebben dit contract niets eens gelezen! Want de voorwaarden stonden in zeer kleine lettertjes in een bijlage.”
“Een van de ergste gevolgen van het bewind van Monsanto, is de afbraak van het sociale weefwerk. Het wantrouwen. Als je denkt dat je buurman illegaal zaad heeft en hem aangeeft, beloont Monsanto je met een cadeau – in Canada is dit meestal een leren jas. Ze adverteren hiermee op de radio! Als Monsanto een tip krijgt, sturen ze de “genpolitie”. Die komen aan de deur en vragen toegang tot het land om te controleren. Die boer zegt: ik ben een biologische boer, ik heb uw zaad niet en ik wil uw zaad niet. Dan zegt de genpolitie: als je ons geen toegang geeft, slepen we je voor de rechter. De boer gaat ondertussen nadenken. “Wie heeft mij getipt?” Er ontstaat wantrouwen. De samenwerking tussen boeren wordt op deze manier ondermijnd en verbroken. Boeren hebben in ons land altijd moeten samenwerken om het land op te bouwen. Nu wordt dat afgebroken. Dat is een van de ergste gevolgen. Er heerst nu een regime van angst.”
“Ik wil de afpersingsbrieven nog noemen. Ze sturen je een brief: 'We hebben redenen om te geloven dat u GMO-zaad op uw land heeft (…) We schatten dat u zoveel land hebt. Indien u ons 200.000 dollar betaald, zullen we u niet voor de rechter slepen.'
Stelt u zich de angst voor in een boerenfamilie, die een dergelijke brief krijgt. Wij hadden zelf nooit gedacht dat dit ons kon gebeuren in een land als Canada. We hebben vaak telefoontjes gehad van huilende vrouwen, die zeiden: Monsanto is hier langs geweest, we zijn bang dat we de boerderij kwijt raken.”
“Sommigen vragen ons, waarom we zo tegen Monsanto uitvaren en niet tegen andere gentechbedrijven. Monsanto is het enige gentechbedrijf dat boeren niet toestaat om de zaden van jaar tot jaar gebruiken. Syngenta staat dat wel toe. Monsanto is nu de grootste gentechproducent ter wereld.”
“In de VS en Canada koopt Monsanto nu biologische zaadbedrijven op. En vervolgens zorgen ze ervoor dat er geen biologisch zaad meer te koop is. Want biologische boeren vormen concurrentie. Monsanto vernietigt ze of koopt ze uit. De uitkoop van biologische zaadbedrijven is een groot probleem geworden in Canada.”
“Er is nog iets waar je zelden over hoort: de Canadese overheid heeft gentechbedrijven (niet alleen Monsanto) toestemming gegeven om medicijnproducerende planten te telen. O.a. zonnebloemen. Deze kruisbestuiven echter met andere planten, waardoor het risico ontstaat dat er medicijnen in voedingsgewassen komen. Een zeer gevaarlijke situatie. Het gaat onder andere om groeihormoon, contraceptiemiddelen en bloedverdunners. Ik denk dat het absoluut misdadig was om dit soort gewassen toe te staan.”
“GMO’s waren nooit bedoeld om meer eten op te brengen. Ze waren nooit bedoeld om de wereld te voeden. Ze waren bedoeld om de voedselvoorraad onder controle te krijgen. Dat blijkt ook uit latere ontwikkelingen. Toen men geen nieuwe GMO-gewassen mocht introduceren in Canada, probeerde men twee jaar geleden het zogenaamde terminator-gen te introduceren.* Daarmee kun je de zaden van planten steriel maken zodat ze zich niet meer kunnen voortplanten. Natuurlijk met het gevaar van kruisbestuiving. In mijn visie is dit de grootste aanslag op het leven die ooit heeft plaatsgevonden. We hebben dat kunnen tegenhouden.”
“Ze hebben ook geprobeerd het zogenaamde cheater-gen* proberen te introduceren: dit gen zorgt ervoor dat een plant pas zaden produceert, nadat je hem met chemicaliën besproeit. Ook dit hebben we tegengehouden.”
“Dit alles raakt niet alleen boeren. Het raakt ook de zaadbedrijven. Het raakt ook de wetenschap. We hebben enorm veel researchmogelijkheden verloren, omdat op zoveel genen patent rust. Je kunt bepaalde vormen van medicijnenonderzoek niet meer doen, door alle patenten op genen.  De patenten op genen raken alle gebieden van het leven.”
“Het was geen makkelijke tijd. We kregen telefoontjes, ze bedreigden de buren, ze hielden ons dagenlang in de gaten. Geloof me, dit kan ook met u gebeuren. Ik wil u niet vertellen wat u moet doen, maar ik wil u vertellen wat er met ons is gebeurd. U bent nog in de gelegenheid om dit te stoppen. Dank voor uw aandacht.”

* Voorbeelden van zgn GURT-technologie. Monsanto heeft in 1999 in een openbare brief beloofd om nooit GMO-technieken te ontwikkelen die zaad steriel maken. In 2006 heeft het bedrijf deze belofte herhaald. In 2007 kocht Monsanto echter Delta & Pine Land, het bedrijf achter de terminator-technologie. In 2003 bleek uit een position paper van de ISF dat Monsanto, als co-auteur, een pro-GURT standpunt innam.

Reacties

Het is waanzin. Afgezien dat

Het is waanzin.
Afgezien dat gentech zaad bedenkelijk is laat het recht een foute rechtsregel prevaleren over het grondrecht. Het is crimineel maar mogelijk hebben de rechters er ook wat aan verdiend.
Het rechtssysteem is wederrechtelijk naar de burger zoals dit in koloniale tijd ook vaak werd toegepast. Het recht dient de grote profiteurs ten koste van het volk.
Jammer dat de publieke media zich hier nauwelijks voor interesseert en zich liever op onbenulligheden concentreert.
Was het anders dan ontstond er wereldwijd opstand tegen de rechtspleging.

uncensored text from Supreme

uncensored text from Supreme Court Canada

http://scc.lexum.umontreal.ca/en/2004/2004scc34/2004scc34.html
and
http://www.canlii.org/en/ca/scc/doc/2004/2004scc34/2004scc34.html

59 The trial judge’s findings of fact are based, essentially, on the following uncontested history.

60 Mr. Schmeiser is a conventional, non-organic farmer. For years, he had a practice of saving and developing his own seed. The seed which is the subject of Monsanto’s complaint can be traced to a 370-acre field, called field number 1, on which Mr. Schmeiser grew canola in 1996. In 1996 five other canola growers in Mr. Schmeiser’s area planted Roundup Ready Canola.

61 In the spring of 1997, Mr. Schmeiser planted the seeds saved on field number 1. The crop grew. He sprayed a three-acre patch near the road with Roundup and found that approximately 60 percent of the plants survived. This indicates that the plants contained Monsanto’s patented gene and cell.

62 In the fall of 1997, Mr. Schmeiser harvested the Roundup Ready Canola from the three-acre patch he had sprayed with Roundup. He did not sell it. He instead kept it separate, and stored it over the winter in the back of a pick-up truck covered with a tarp.

63 A Monsanto investigator took samples of canola from the public road allowances bordering on two of Mr. Schmeiser’s fields in 1997, all of which were confirmed to contain Roundup Ready Canola. In March 1998, Monsanto visited Mr. Schmeiser and put him on notice of its belief that he had grown Roundup Ready Canola without a licence. Mr. Schmeiser nevertheless took the harvest he had saved in the pick-up truck to a seed treatment plant and had it treated for use as seed. Once treated, it could be put to no other use. Mr. Schmeiser planted the treated seed in nine fields, covering approximately 1,000 acres in all.

64 Numerous samples were taken, some under court order and some not, from the canola plants grown from this seed. Moreover, the seed treatment plant, unbeknownst to Mr. Schmeiser, kept some of the seed he had brought there for treatment in the spring of 1998, and turned it over to Monsanto. A series of independent tests by different experts confirmed that the canola Mr. Schmeiser planted and grew in 1998 was 95 to 98 percent Roundup resistant. Only a grow-out test by Mr. Schmeiser in his yard in 1999 and by Mr. Freisen on samples supplied by Mr. Schmeiser did not support this result.

65 Dr. Downey testified that the high rate of post-Roundup spraying survival in the 1997 samples was “consistent only with the presence in field number 2 of canola grown from commercial Roundup tolerant seed” (trial judgment, at para. 112). According to Dr. Dixon, responsible for the testing by Monsanto US at St. Louis, the “defendants’ samples contain[ed] the DNA sequences claimed in claims 1, 2, 5, and 6 of the patent and the plant cell claimed in claims 22, 23, 27, 28 and 45 of the patent” (trial judgment, at para. 113). As the trial judge noted, this opinion was uncontested.

66 The remaining question was how such a pure concentration of Roundup Ready Canola came to grow on the appellants’ land in 1998. The trial judge rejected the suggestion that it was the product of seed blown or inadvertently carried onto the appellants’ land (at para. 118):

It may be that some Roundup Ready seed was carried to Mr. Schmeiser’s field without his knowledge. Some such seed might have survived the winter to germinate in the spring of 1998. However, I am persuaded by evidence of Dr. Keith Downey . . . that none of the suggested sources could reasonably explain the concentration or extent of Roundup Ready canola of a commercial quality evident from the results of tests on Schmeiser’s crop.

67 He concluded, at para. 120:

I find that in 1998 Mr. Schmeiser planted canola seed saved from his 1997 crop in his field number 2 which he knew or ought to have known was Roundup tolerant, and that seed was the primary source for seeding and for the defendants’ crops in all nine fields of canola in 1998.

68 In summary, it is clear on the findings of the trial judge that the appellants saved, planted, harvested and sold the crop from plants containing the gene and plant cell patented by Monsanto. The issue is whether this conduct amounted to “use” of Monsanto’s invention — the glyphosate-resistant gene and cell.

In 1997 gebruikte Schmeiser

In 1997 gebruikte Schmeiser een kleine hoeveelheid Roundup om onkruid rond palen en in sloten aan de rand van zijn terrein, vlak bij de weg, op te ruimen. Daarbij overleefde een kleine hoeveelheid koolzaad, die door Percy Schmeiser werd bewaard en hergebruikt. Schmeiser zegt in een reactie op het bovenstaande:
"Boeren blijven zaad opslaan en uitwisselen met buren om veel redenen, om varieteiten te kweken die het best bestand zijn tegen locale omstandigheden."
"Monsanto vergeet het feit te noemen dat het door mij bewaarde zaad gemengd was met koolzaad uit mijn andere velden. Ze proberen de indruk te wekken dat het koolzaad dat overbleef bij de lenteschoonmaak, de enige bron was van mijn zaad van volgend jaar. Ik heb 1030 acres koolzaad gezaaid, waarvoor circa 9200 pond zaad nodig is. Toen ik in de lente de onkruidverdelging had gedaan, bleef maar een kleine hoeveelheid planten in leven, in een paar stukjes vlakbij de weg; dat leverde niet meer dan 10 a 15 pond koolzaad."
"De testen waaruit zou blijken dat 95-98% van het koolzaad Roundup-tolerant was, waren interne testen van Monsanto. Logisch dat deze hun conclusies ondersteunen. Er is echter maar één serie werkelijk onafhankelijke testen uitgevoerd op mijn koolzaad. Dit werd uitgevoerd door Dr. Rene van Acker Ph.D. van de University of Manitoba. De onafhankelijke proeven van Dr. van Acker wezen uit dat de vervuiling van Roundup Ready koolzaad in mijn velden 0-8% was, tot 60% in de sloot langs een van de velden."

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Geen HTML-tags toegestaan
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

controlevraag
Deze vraag wordt gebruikt om te voorkomen dat automatische programma’s reacties simuleren
Beeld-CAPTCHA
Voer de tekens in die getoond worden in de bovenstaande afbeelding