Natuurlijke kringloop
In de landbouw zien we een natuurlijke kringloop van voedingsstoffen. Die kringloop ziet er als volgt uit. Het vee produceert mest. De mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voldoende voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Het vee produceert dan weer mest, enzovoort. Deze kringloop zien we heel duidelijk op een gemengd bedrijf, dus een bedrijf met akkerbouw en veehouderij. Maar hoe werkt het op akkerbedrijven of varkenshouderijen? Die bedrijven moeten samenwerken en samen een kringloop vormen. De mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
Verstoring van de kringloop
De uitvinding van de kunstmest heeft voor grote veranderingen gezorgd in de landbouw. De kunstmestfabriek maakt korrels waarin voedingsstoffen voor planten zitten. Deze korrels zijn heel makkelijk in gebruik en leveren bovendien hogere opbrengsten op. De akkerbouwers hebben de dierlijke mest eigenlijk niet meer zo nodig. Daardoor ontstaat een overschot aan mest en die mest moet ergens naartoe. Op sommige akkers wordt daarom te veel mest uitgereden en dat zorgt voor vervuiling van grondwater en sloten. Door het gebruik van de kunstmest wordt de natuurlijke kringloop dus verstoord.
Veevoer uit buitenland
Niet alleen de kunstmest verstoort de kringloop, maar ook het gebruik van veevoer uit het buitenland. Dat is namelijk veel goedkoper dan veevoer uit Nederland. De Nederlandse varkens krijgen daarom voer uit verre landen, zoals tapioca uit Thailand en sojapulp uit Brazilië. Om de kringloop rond te krijgen zou de varkensmest eigenlijk over de akkers ver weg in Thailand en Brazilië verspreid moeten worden. Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Die mest blijft in Nederland.
Spuiten tegen onkruid
Gelijk met de opkomst van de kunstmest kwamen er chemische bestrijdingsmiddelen. Het bestrijden van onkruid en van ziekten en plagen in de gewassen werd hierdoor makkelijker. Een groot voordeel. De nadelen kwamen pas later in beeld. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn niet goed voor natuur en milieu. En steeds meer mensen vragen zich af of die middelen ook schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. In de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Lees verder bij 'geschiedenis'.
Géén mestoverschot
Op de televisie en in de krant spreken ze vaak over het mestprobleem. Hiermee wordt een overschot aan dierlijke mest bedoeld.
De biologische landbouw kent geen mestoverschot omdat ze geen kunstmest gebruiken. De boeren hebben de dierlijke mest juist hard nodig om de grond vruchtbaar te houden. Mest hoort thuis in de natuurlijke kringloop. Bovendien is het aantal dieren dat een biologische boer mag hebben, gekoppeld aan de hoeveelheid grond. Dus niet meer dan twee koeien op één hectare. Zo kan er nooit een overschot aan mest ontstaan. Om de natuurlijke kringloop zo goed mogelijk te sluiten, telen de biologische veehouders een gedeelte van hun veevoer zelf. Soms werken ze samen met akkerbouwers in de regio: de akkerbouwer teelt het veevoer, en de veehouder levert de mest voor de akkers waarop het veevoer geteeld wordt.